richting geven aan waterkwaliteit

Op 25 september vond in pompgebouw De Esch in Rotterdam de eerste bestuurlijke bijeenkomst plaats rondom het nieuwe werkprogramma van de Schone Maaswaterketen. Peter Verlaan benadrukte in zijn welkomstwoord de unieke samenwerking tussen drinkwaterbedrijven, waterbeheerders en rijk. Alleen door samen te werken kunnen we versnippering voorkomen.
 
In zijn toelichting op het werkprogramma maakte Hans van der Eem duidelijk dat het vraagstuk van de microverontreinigingen in afvalwater centraal staat en dat we los van organisatie- en landsgrenzen tot een slimme aanpak willen komen. Daarbij kijken we ook naar de bronaanpak (huishoudens en industrie) en de belasting vanuit het buitenland.
 
Daarna waren onze inwoners aan het woord. Fabienne Nijsten interviewde hen in Maastricht over het gebruik van medicijnen, het effect op de waterkwaliteit in de Maas en de rol van henzelf en de overheid. “Wie is waarvoor verantwoordelijk, dat is de hele grote vraag voor deze maatschappij”. Het filmpje maakt duidelijk dat ieder zijn rol moet pakken. De bestuurders in de zaal onderschrijven dit. “We kunnen mensen geen medicijnen ontzeggen. Het is wel goed als we ons meer bewust worden wat de effecten van medicijngebruik zijn. Maar er ligt ook een duidelijke taak voor ons als waterschappen. Via een schoner effluent naar een mooiere toekomst. Met aandacht voor biodiversiteit.”
 
Francien Seeverens onthulde de Atlas Schone Maaswaterketen, het eerste tastbare product van het nieuwe werkprogramma. In de atlas zijn vervuilingsbronnen, monitoring gegevens en omgevingsfactoren verzameld, zodat analyses gemaakt kunnen worden over het stroomgebied. De atlas kan hier worden benaderd.
 
Vervolgens interviewde Fabienne Nijsten Annette Ottolini in haar rol als bestuurlijk ambassadeur van de Schone Maaswaterketen. “De urgentie om microverontreinigingen aan te pakken is groter dan ooit. De nieuwsberichten van twee weken geleden over lage afvoeren van de Maas en het vóórkomen van microverontreinigingen in grond- en oppervlaktewater maken dat eens te meer duidelijk. Daarvoor moeten we de handen ineen slaan. Mooi toch dat wij dat platform al hebben om die uitdaging aan te gaan! Daarbij moeten we de praktische lijn uit het verleden vasthouden.” Ook Erik de Ridder werd verwelkomt als nieuwe ambassadeur namens de waterschappen. Hij is blij met de samenwerking. “Er wordt niet geredeneerd vanuit het eigen belang maar vanuit het gezamenlijk belang. We kijken naar het grote verhaal en onze eigen rol daarbinnen.”
 
Harrie Menning nam de aanwezigen mee in het beleidskader voor schoon water. De KRW, de Delta-aanpak zoetwater en waterkwaliteit en de regionale samenwerking binnen RBOM passeerden de revue. Hij pleitte voor een goede verbinding met RBOM omdat daar vele partijen -ook gemeenten, natuur en landbouw- in vertegenwoordigd zijn.
 
Na de koffiepauze lichtte Annette Ottolini de activiteiten van de versnellingstafel opkomende stoffen en medicijnresten toe (in de praktijk zijn het twee aparte tafels). De kracht van de tafels is dat alle belanghebbenden vertegenwoordigd zijn. Zij merkt een duidelijke wil bij alle partijen om te veranderen. Voor de opkomende stoffen heeft de aandacht zich tot nu toe vooral gericht op het proces van vergunningverlening en handhaving: dat proces moeten we verbeteren. Uit een pilot van RWS bleek dat driekwart van de onderzochte vergunningen een update behoefden. Op 27 september is de volgende versnellingstafel en zal Sitech zijn licht laten schijnen over het vergunningentraject. Op dit moment wordt via een mutual gains aanpak aan een nieuwe vergunning gewerkt.
 
In haar presentatie “Voorkomen is beter dan opruimen” ging wethouder Janine Spoor van de gemeente Asten in op het verminderen van het medicijngebruik. Dat blijkt binnen de gemeente al een 38 jaar oud spoor te zijn. Huisartsen en apotheker constateerden dat er veel medicijnen gebruikt werden: kon dat niet anders, zijn er geen alternatieven? Dat heeft geleid tot het zogenaamde farmaceutisch therapeutisch overleg (FTO). En uiteindelijk resulteert dit al jaren in minder medicijngebruik dan in vergelijkbare gemeenten. Het merkwaardige is dat de gemeente daardoor vanuit de WMO budgetten minder gelden krijgen, omdat de bijdragen gebaseerd zijn op kwantiteit (medicijngebruik) en niet op kwaliteit. “Wat Asten doet is goed voor het milieu, maar slecht voor onze portemonnee.” Zij roept de aanwezigen op waar mogelijk te pleiten voor de preventieve aanpak, zoals die in Asten wordt toegepast.
 
Tijdens de afsluitende discussie stelde Peter Verlaan de vraag centraal: wat wil je zelf bijdragen? Helder werd dat alle bestuurders stappen willen zetten:
Mado Ruijs (Dommel): “We moeten aan de bak. Ook ons AB is doordrongen. Er ligt een groot programma voor, waarover we snel willen besluiten. Ik wil de urgentie uitdragen naar de omgeving en samen met gemeenten kijken hoe we inwoners kunnen betrekken.”
Jaap Mos (Dunea): “Als waterleidingbedrijf hebben we geen bevoegdheden om zaken aan te pakken. Maar we kunnen wel kennis en expertise inbrengen in de vorm van mensen en middelen. En we zitten actief aan tafel om bijvoorbeeld samen met de glastuinbouw lozingen te verminderen en bij te dragen aan een adequate vergunningverlening voor Sitech.”
Annette Ottolini (Evides): “Als deelnemer aan de versnellingstafel en als lid van de stuurgroep Water kan ik een mooie rol vervullen bij de aanpak van opkomende stoffen en medicijnresten. Als Schone Maaswaterketen zijn we een coalition of the willing. Ik neem onze geluiden, signalen en ervaringen graag mee naar de bestuurlijke tafels. En als ik Minister De Jonge tegen kom zal ik zeker aankaarten dat er een systeemverandering nodig is om preventie in de zorg te belonen.”
Erik de Ridder (Dommel): “Goed dat we de problematiek van de microverontreinigingen centraal stellen en samen kijken naar oplossingen. Het vraagt om inzoomen en uitzoomen: oog voor de grote lijn en voor details. Het is inspirerend om te zien dat we ons samen inzetten voor de gemeenschappelijke opgave. Zet mij maar in als dat handig is. Ik wil graag bijdragen!”
 
Aan het einde van de bijeenkomst wijst Fabienne Nijsten nog op de naambadges. Iedereen blijkt bij ‘het Maasbedrijf’ te werken. Het is dan ook tijd voor de bedrijfsborrel!

••••••••

Verloop van blauw naar groen