11-12-2025

Welke schadelijke stoffen zitten in het riool en komen via de rioolwaterzuivering uiteindelijk in de Maas terecht? En waar komen die stoffen vandaan? De Schone Maaswaterketen heeft enkele pilots opgezet om dit te onderzoeken. Loek de Bonth van LoyalBlue en Natasja Fraters van Waterschap Limburg vertellen erover.

Via de riolering en de rioolwaterzuivering (rwzi) bereikt een breed scala aan stoffen het oppervlaktewater: de Maas, andere rivieren, beekjes, meren, de zee. Een deel is afkomstig van huishoudens en de publieke ruimte (alles wat op straat gebeurt en met regenwater het riool instroomt), de rest van bedrijven die aangesloten zijn op de riolering.

De probleemstoffen in deze zogenoemde indirecte lozingen via het riool – veelal chemische stoffen – kunnen een risico vormen voor het lokale ecosysteem, het milieu of de drinkwaterbereiding. Op dit moment is er onvoldoende grip op indirecte lozingen en de risico’s voor het watersysteem. “De herkomst van deze probleemstoffen is vaak een black box,” zegt Loek de Bonth, strategisch adviseur bij management- en adviesbureau LoyalBlue en bij de Schone Maaswaterketen (SMWK) projectleider van enkele pilots om meer inzicht te krijgen in indirecte lozingen.

SMWK pilots 2
Illustratie door Yasmine Wiersema / YGENWYS.

Methode om de bron te vinden
De indirecte lozingen vallen een beetje tussen wal en schip: het bevoegd gezag zijn de gemeenten en provincie, terwijl de uitvoering bij de omgevingsdienst ligt. Bovendien wordt de impact op de waterkwaliteit en druk op de zuivering gevoeld door de waterbeheerders en drinkwaterbedrijven. Organisaties en bedrijven in de Maasregio hebben gezamenlijk de schouders eronder gezet om meer grip op indirecte lozingen te krijgen. Samen met het programmabureau Stroomgebied Maas is de SMWK de trekker hiervan. 

Voor dit traject voert de SMWK pilots uit bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties in Tilburg en Roermond. Daar wordt gemeten welke stoffen vrijkomen met als doel de bron te achterhalen. De Bonth: “We willen een methodiek ontwikkelen om te weten hoe we de bron van de indirecte lozingen met probleemstoffen kunnen opsporen.” De pilots richten zich op een selectie van risicovolle stoffen (zie p. 4 en 5) die de Schone Maaswaterketen in kaart heeft gebracht.

SMWK pilots
Illustratie door Yasmine Wiersema / YGENWYS.

Winkels, industrieterreinen, huishoudens
Waarom is het zo lastig om te weten waar de indirecte lozingen vandaan komen? “Alles zit aangesloten op het riool: winkels, industrieterreinen, huishoudens... we weten niet wat daar allemaal in terechtkomt en de bron terugvinden is lastig,” legt Natasja Fraters uit. Ze is adviseur waterkwaliteit bij Waterschap Limburg, een van de partners van de SMWK. 

Voor veel lozingen op het riool is geen vergunning nodig en waar dat wel het geval is, zijn deze vaak verouderd: vergunningen zijn jaren geleden afgegeven. Fraters: “Bedrijven weten niet altijd wat ze lozen en ook burgers weten vaak niet wat goed rioolgebruik is: wat je wel en niet mag .”

Niet voor chemische stoffen
De rioolzuiveringsinstallaties kunnen niet alle schadelijke stoffen uit het riool verwijderen voordat het water in het oppervlaktewater stroomt. “Een groot deel van de zuiveringsinstallaties is in de jaren zeventig en tachtig gebouwd,” licht De Bonth toe. “Ze zijn destijds niet ontworpen voor het verwijderen van chemische verontreinigingen, maar voor het verwijderen van biologisch materiaal, om te zorgen dat het water niet schadelijk is voor de volksgezondheid.”

Het aantal chemische stoffen is de laatste decennia sterk toegenomen. Momenteel zijn er zo’n 135.000 stoffen op de markt in Europa. “Elke stof is anders en afhankelijk van de stofeigenschappen is een zuiveringstechniek wel of niet geschikt,” vertelt Fraters. “De zuiveringsinstallaties zitten aan het einde van de riolering en daar werken technieken het minst goed, omdat de concentraties van stoffen daar het laagst zijn. Daarom zeggen wij altijd: je moet dit soort stoffen aan de bron aanpakken als het nog niet verdund is met bijvoorbeeld regenwater. Eerst kijken of je ze kunt verminderen en, als dat niet kan, ze zuiveren.”

Ze noemt ook het principe ‘de vervuiler betaalt’. “Als we meer stoffen zouden kunnen zuiveren in de rioolzuiveringsinstallaties, dan betekent dat dat de burgers de kosten daarvan betalen en niet de industriële lozers.”

Dieper in het riool meten
Hoeveel schadelijke stoffen van bedrijven afkomstig zijn en hoeveel van huishoudens, is nog onvoldoende bekend, zeggen beiden. “Sommige stoffen hebben we allemaal in huis, bijvoorbeeld bepaalde pijnstillers,” zegt De Bonth, “andere stoffen kun je alleen in de industrie vinden of komen van beide. Via het SMWK-monitoringmeetnet volgen we verschillende industriële stoffen en medicijnresten gedurende een langere periode. Hierdoor weten we steeds beter wat de routes en bronnen van stoffen zijn.”

Onderdeel van de pilot is het opstellen van een rapportage waaruit blijkt welke probleemstoffen in de riolering worden gevonden, waar deze mogelijk vandaan komen. Op een aantal plekken in de riolering zijn probleemstoffen gevonden die de partners verder onderzoeken. “We meten nu dieper in het rioolstelsel om beter te kunnen achterhalen waar ze vandaan komen en welke maatregelen er getroffen kunnen worden,” zegt De Bonth.

Leerzame samenwerking
Zowel de Schone Maaswaterketen als de afzonderlijke partners ervaren de samenwerking binnen deze pilots als heel leerzaam: de omgevingsdiensten, drinkwaterbedrijven, gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat. De Bonth: “Door met elkaar in de praktijk aan de slag te gaan komen we er écht achter hoe complex het is om potentieel risicovolle indirecte lozingen op te speuren. Een ding is duidelijk, we hebben elkaars kennis en expertise hierbij écht nodig!”

Hij noemt onder andere kennis en kunde op het vlak van: riolering, stoffen, meetmethodieken, vergunningverlening, toezicht en handhaving. “We willen als SMWK laten zien op welke manier dit zou kunnen, zodat andere partners in het Maasstroomgebied hier ook mee aan de gang gaan.”

Hele Maas en landelijk
In Tilburg is inmiddels twee keer gemeten en in Roermond is de pilot nog in de opstartfase. De bedoeling is dat de resultaten en mogelijke vervolgstappen voor de pilot in Tilburg eind dit jaar klaar zijn. De SMWK publiceert de resultaten van de pilots in 2026 op de website. Samen met het Programmabureau Stroomgebied Maas wordt vervolgens bekeken hoe de lessen uit deze pilots opgeschaald kunnen worden naar één Maas-methodiek om grip te krijgen op indirecte lozingen.

De indirecte lozingen zijn natuurlijk niet alleen voor de Maas een probleem. Pilots rond hetzelfde thema zijn ook uitgevoerd in andere delen van Nederland, zoals de Achterhoek en Noord-Holland, maar de details verschillen. Indirecte lozingen opsporen kost veel tijd en de metingen zijn duur. Bij elke pilot is maatwerk nodig omdat de rioleringsstelsels en de aanwezige bedrijven verschillen.

Meer informatie? Mail naar: Loek de Bonth.

Interview: Thessa Lageman, tekstbureau Onder Woorden.