
De Schone Maaswaterketen (SMWK) werkt aan het verbeteren van de waterkwaliteit in de Maas. Sinds 2023 meet het samenwerkingsverband welke schadelijke stoffen in de rivier voorkomen. De eerste resultaten zijn nu in de Atlas gepubliceerd.
De Maas is belangrijk als bron van drinkwater en voor de natuur. Nu zitten er schadelijke stoffen in het water en die kunnen ecosystemen, dieren en mensen schaden.
Daarom heeft het samenwerkingsverband Schone Maaswaterketen (SMWK) het doel om de hoeveelheid van deze schadelijke stoffen in 2040 met 30% te verminderen ten opzichte van 2023. “We hebben een meetnetwerk opgezet zodat we weten of we onze reductiedoelstelling behalen,” licht Janneke Snijders toe. Ze is beleidsadviseur waterkwaliteit bij Waterschap Aa en Maas en trekker van de SMWK-werkgroep Monitoring en Duiding. De focus ligt op organische microverontreinigingen: kleine, onzichtbare vervuilende stoffen in water, vaak afkomstig van menselijke producten, die slecht kunnen zijn voor natuur en gezondheid.
Meetnetwerk in het Maasstroomgebied
Het meetnetwerk van de SMWK bestaat uit 30 meetlocaties in het Maasstroomgebied: in de Maas, in grote beken die in de rivier uitkomen en bij enkele rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s). Sinds 2023 worden daar ten minste elk kwartaal watermonsters genomen.
In de monsters meten onderzoekers 38 stoffen (organische microverontreinigingen), die schadelijk kunnen zijn voor mens, dier en milieu. Ze vallen in drie groepen: industriële stoffen en consumentenproducten, medicijnresten (geneesmiddelen en hormoonverstorende stoffen) en gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
“We hadden een lijst gemaakt van duizenden stoffen, maar zoveel kunnen we niet meten,” legt Snijders uit. “Alleen al van PFAS bestaan duizenden varianten. Dus hebben we besloten ons te concentreren op deze 38 zorgvuldig uitgekozen stoffen. Door een aantal belangrijke stoffen te meten, krijgen we toch een goed beeld van de waterkwaliteit.”
Wat laten de eerste metingen zien?
De meetgegevens van 2023 zijn geanalyseerd en gepubliceerd in de Atlas voor een Schone Maas. Later dit jaar komen hier de meetresultaten van 2024 en 2025 in te staan, met een toelichting, zodat iedereen kan zien hoe het met de waterkwaliteit gaat.
Van de 38 gemeten schadelijke stoffen bleken er in 2023 elf regelmatig in het water voor te komen. “We hebben nu een eerste beeld van de waterkwaliteit,” zegt Snijders. “Straks kunnen we de afgelopen jaren ook mooi vergelijken en kijken of er trends waar te nemen zijn.” Ook wordt dan duidelijk of normen zijn overschreden, bijvoorbeeld voor het oppervlaktewater, drinkwater of afvalwater.
Schadelijke medicijnresten
De hoogste concentraties medicijnresten zijn gemeten in het gezuiverde afvalwater dat vanuit de rioolwaterzuivering de beek in stroomt. Omdat het daar verdund wordt met het water in de beek, nemen de concentraties af. In de Maas wordt het water nog meer verdund waardoor de concentraties nog verder afnemen.
Naar verwachting nemen de concentraties medicijnresten de komende jaren toe door de vergrijzing. Sinds 2025 verplicht Europese regelgeving waterschappen een extra zuiveringsstap te bouwen die medicijnresten deels verwijdert. Deze moeten er uiterlijk 2045 staan. Binnen het Maasstroomgebied zijn er al enkele gebouwd.
PFAS op veel locaties
Bij de industriële stoffen vallen in 2023 vooral enkele PFAS-verbindingen op, zoals PFOS en PFOA. Ze zijn op veel meetlocaties aangetroffen. Hoewel het gebruik van sommige PFAS inmiddels is beperkt of verboden, blijven ze lang in het milieu aanwezig.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn het minst vaak aangetroffen. Dat betekent niet dat ze er nooit zijn. Mogelijk komen ze alleen op bepaalde momenten voor wanneer juist niet gemeten is, bijvoorbeeld na regen of tijdens het landbouwseizoen. Hiervoor is een landelijk meetnet gewasbeschermingsmiddelen opgezet door het ministerie van IenW en de waterschappen. Dit meetnet meet juist tijdens het landbouwseizoen.
Wat gebeurt er met de resultaten?
De meetgegevens staan nu in de Atlas voor een Schone Maas en de SMWK bekijkt waar vervolgonderzoek nodig is. Als een stof in hoge concentraties voorkomt, kunnen gerichtere metingen nodig zijn om de bron op te sporen. Die bron kan liggen bij de industrie, landbouw, huishoudens of vanuit het buitenland komen.
Soms is een extra controlebezoek bij een bedrijf nodig. De leden van de werkgroep Bronopsporing en -Aanpak van de SMWK koppelen de metingen aan mogelijke lozers. Ze nemen dan bijvoorbeeld contact op met de organisatie die de vergunning heeft afgegeven, vaak een omgevingsdienst, waterschap of Rijkswaterstaat. In andere gevallen pleit de SMWK bij het Rijk voor strengere toelatingsregels voor bepaalde stoffen, strengere lozingseisen voor sectoren die onder algemene regels vallen of voor verbeteringen in de waterzuivering.
Bekijk de resultaten in de Atlas van de Schone Maas
Meer weten? Neem contact op met Janneke Snijders: contactgegevens vind je hier onder het kopje Programmateam