6-7-2026

Maak kennis met de werkgroep Bronopsporing en bronaanpak
Hoe werkt de Schone Maaswaterketen (SMWK) aan een betere kwaliteit van het Maaswater? Marjolein Jacobs-van Eerd, Regisseur van de samenwerking bij de SMWK vertelt waar de werkgroep Bronopsporing en bronaanpak zich mee bezighoudt.

Wat doet de werkgroep Bronopsporing en bronaanpak?
“Er zitten nu te veel stoffen in de Maas die schadelijk zijn voor het milieu, de ecologie, het drinkwater, of andere gebruiksfuncties. Deze werkgroep voert pilots en projecten uit om bronnen van verontreinigingen op te sporen en vervolgens aan te pakken. In het begin lag de focus vooral op het opsporen van schadelijke stoffen. Inmiddels richten we ons ook op de aanpak ervan met een Maasbrede methodiek.”

Hoe speuren jullie schadelijke stoffen op?
“We richten ons als eerste op de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Ten tweede kijken we naar welke bedrijven schadelijke stoffen lozen – de directe lozingen. Ten derde onderzoeken we de verontreinigingen, die via het riool in de rivier komen: de indirecte lozingen via bedrijven en huishoudens. Dit zijn allemaal onderdelen van de puzzel om schadelijke lozingen te reduceren”

 Wat doen jullie op gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving?
“We ondersteunen vergunningverleners in hun werk. Zo organiseren we kennisuitwisselingen. We brengen vergunningverleners bij elkaar en bespreken samen casussen uit de praktijk. Daarnaast hebben we een checklist en diverse tools ontwikkeld voor vergunningverleners, die beschikbaar zijn op de website.

In de actualisatie van de vergunningen zitten veel knelpunten. Rondom de capaciteit, de kennis en expertise. Maar ook omdat vergunningverlening hele complexe processen zijn. Daarom kijken we ook wat we als Maasregio samen kunnen doen om dit stelsel te verbeteren.

We proberen ook met elkaar een verandering te maken in hoe we denken over vergunningverlening. We zien water nu als een afvalstroom: je krijgt in principe een vergunning om te mogen lozen, maar dat is eigenlijk niet zo vanzelfsprekend. Helemaal geen schadelijke stoffen is een utopie, maar je kunt wel eerst naar andere mogelijkheden kijken en lozen op water als laatste optie zien.”

 Wat doet de werkgroep met bedrijven die stoffen lozen?
“Alle directe lozingsvergunningen in het Maastroomgebied hebben we in de Atlas voor een Schone Maas op onze website gezet en die worden elk jaar geactualiseerd. We vragen bedrijven langs de Maas transparantie te geven over hun afvalwater. Dat kan door ons monsters te laten nemen en die te laten analyseren, zodat duidelijk wordt wat er in het water zit. Tot nu toe hebben we dat bij Aspen, een farmaceutisch bedrijf, gedaan. Dit bedrijf deed mee vanuit maatschappelijk verantwoord ondernemen en intrinsieke motivatie. Het bedrijf is ook afhankelijk van de Maas en wil niet bijdragen aan de vervuiling. Het is verstandig om voorop te lopen: misschien komt er strengere wetgeving en mag een bedrijf dan minder lozen. Stoffen die nu nog geen ZZS zijn, kunnen dat later wel worden (Zeer Zorgwekkende Stoffen).

Met een paar andere bedrijven zijn we in gesprek over deze vorm van samenwerking. Ook met brancheorganisaties werken we samen, zoals VNO-NCW en MKB Nederland. Via bijeenkomsten proberen we meer bewustzijn te creëren over het belang van goed weten wat er in je afvalwater zit. Bedrijven moeten voldoen aan wet- en regelgeving, zoals KRW-normen. Bedrijven hebben een verantwoordelijkheid, een zorgplicht, naar hun medewerkers en omgeving om niet te vervuilen. Voor bedrijven wordt circulariteit en waterhergebruik steeds interessanter.”

allelozingen

Illustratie: JAM Visual

Wat doet de SMWK aan de schadelijke lozingen via het riool?
“We hebben het afgelopen jaar hard gewerkt om meer grip te krijgen op deze indirecte lozingen. Dat vormde lange tijd een ‘black box’. Zo hebben we een Hotspottool industriële lozingen ontwikkeld die beschikbaar is voor de SMWK partners. Daarin geven we inzicht in waar in een zuiveringskring verontreinigingen kunnen zitten. Op basis van KvK-gegevens en onder andere de ZZS-lijst van het RIVM. Deze tool ontwikkelen we nu verder.

Daarnaast testen we innovatieve meetmethodes, zoals passive sampling in de riolering van Weert en Venlo. Bij de RWZI Tilburg en bij gemeente Heusden hebben we pilots gedaan om schadelijke stoffen in het riool op te sporen. Een vergelijkbare pilot loopt momenteel nog bij de RWZI Roermond.  Op basis van deze twee pilots hebben we vervolgens een Maasbrede methodiek ontwikkeld om indirecte lozingen op te sporen. We staan op het punt om die methodiek te gaan opschalen naar de hele Maasregio. Dan gaat het niet meer om pilots, maar om structureel inzicht in het riool. Na deze bronopsporing is het belangrijk om de volgende stap te zetten: daadwerkelijke maatregelen nemen om de bronnen van de schadelijke stoffen aan te pakken.

We blijven ook communiceren over de urgentie van de aanpak van indirecte lozingen, bijvoorbeeld op events en bijeenkomsten. We gaan voor de bevoegde gezagen en voor bedrijven en brancheorganisaties meer tools en handvatten ontwikkelen om aan de slag te gaan met indirecte lozingen.

In de Atlas voor de Schone Maas staan al de directe lozers, dus de bedrijven die op het oppervlaktewater mogen lozen. We zijn nu ook bezig om daar alle vergunde indirecte lozingen in te zetten. Zodat we straks met één druk op de knop alle bedrijven met een lozingsvergunning in een bepaalde provincie of gemeente kunnen zien.”

 Hoe gaat het met de aanpak van schadelijke stoffen?
“De herkomst weten we steeds beter. Maar wie is dan aan zet om te handelen? Voor sommige stoffen is dat heel duidelijk en dan kun je direct een bedrijf aanspreken. Een omgevingsdienst, waterschap of Rijkswaterstaat die de vergunning moet aanscherpen of moet handhaven. Soms is dat handelingsperspectief minder duidelijk. Bijvoorbeeld omdat een bedrijf onder algemene regels valt. Moeten we dan die algemene regels aanscherpen? Of omdat het een stof is die overal in het water zit. Omdat wij het allemaal gebruiken, jij en ik in onze huizen. Dus dan kunnen we naar het toelatingsbeleid van deze stof kijken. Moeten we alternatieven gaan gebruiken? Of hier meer over communiceren? En wie moet dat dan doen, gemeentes bijvoorbeeld? Dit gaat wel wat lef en durf van ons allemaal vragen.”

YGENWYS Illustratie: YGENWYS

Hoe gaat de samenwerking in deze werkgroep tot nu toe?
“We werken met hele enthousiaste, gedreven mensen. Het is wel eens een struggle, want onze capaciteit is beperkt, omdat we ook andere werkzaamheden hebben. Dus is het soms roeien met de riemen die we hebben. Wij zijn een groep die normaal niet bij elkaar zit, maar wel allemaal onderdelen van de puzzel van bronopsporing en bronaanpak vormen.

Dan zit er bijvoorbeeld een vergunningverlener aan tafel van de ene partner, een toezichthouder van de andere partner en een stoffenexpert van weer een andere organisatie. Juist door die verschillende expertises bij elkaar te zetten, kom je tot ideeën buiten het gebaande pad. Dan kun je met elkaar zeggen: we gaan het proberen, we laten zien dat het wel kan. Dat is met Aspen zo gegaan, met de hotspot-analyse en ook met de Atlas. En nu met de vergunde indirecte lozingen. Eerst zei iedereen: dat gaat niet lukken om al die informatie bij al die organisaties op te halen. Dat is veel te complex. Maar uiteindelijk is het gelukt.”

Help mee met bronopsporing en -aanpak
Wil je bijdragen aan een van de drie onderdelen waar deze werkgroep zich mee bezig houdt: VTH, directe of indirecte lozingen? Heb je ideeën over hoe we het beter kunnen doen? Dan is je bijdrage aan deze werkgroep van harte welkom. Mail naar info@schonemaaswaterketen.nl

Samen werken aan een schonere Maas

De Schone Maaswaterketen (SMWK) werkt samen met elf partners: vijf waterschappen, drie drinkwaterbedrijven, het ministerie van IenW, Rijkswaterstaat, en vereniging RIWA-Maas. De organisatie is verdeeld in verschillende werkgroepen.

In dit artikel kun je lezen over de werkgroep Monitoring en duiding, en in dit artikel over de werkgroep Datamanagement.

 Tekst: Thessa Lageman, tekstbureau Onder Woorden.